Uitleg functies en gebruik videocamera - Over- en onderbelichting voorkomen |
|
|
|
|
Pagina 6 van 9
Over- en onderbelichting voorkomenAls u het diafragma goed gebruikt, voorkomt u daarmee in de meeste gevallen over- en onderbelichting van het beeld. Bij overbelichting verdwijnen alle contouren uit de overbelichte gedeelten van het beeld en bij onderbelichting verdwijnen alle contouren uit de onderbelichte gedeelten van het beeld. De details in de over- en onderbelichte gedeelten zijn daardoor niet meer zichtbaar en dit is niet te corrigeren in de montage.
Om overbelichting te voorkomen beschikkende de meeste camera’s over een Zebra-functie. Door deze in te schakelen worden overbelichte gedeelten in het beeld gearceerd met diagonale zwarte en witte strepen. Door het verhogen van de diafragmawaarden, waardoor er minder licht op de beeldsensoren valt, zijn deze overbelichte delen van het beeld in veel binnensituaties gedeeltelijk of geheel te voorkomen en verdwijnen de zebra-strepen.
Filmt u buiten dan is zelfs een diafragmawaarde van F11 vaak niet voldoende om overbelichting tegen te gaan. Lukt dit net wel dan is dit vaak toch niet wenselijk, omdat u dan geen invloed meer kunt uitoefenen op de scherpte-diepte van het beeld of omdat u dan in de problemen komt als het beeld nog lichter wordt. Om overbelichting tegen te gaan zonder de diafragmawaarde te hoeven aanpassen kunt u gebruik maken van een Neutral Density filter. Deze kunt u los kopen. De Neutral density filter maakt gebruik van neutrale grijswaarden om het beeld donker te maken. De kleuren in het beeld worden hierdoor niet beïnvloed. Neutral Density filters zijn in verschillende waarden verkrijgbaar waardoor u zelf kunt bepalen hoe veel licht er moet worden tegengehouden. Camera’s geven niet aan of een beeld onderbelicht is. Als u zelf geen details meer kunt onderscheiden in de donkere gebieden van het beeld na het verlagen van de diafragmawaarde en het uitzoomen van het beeld, hebt u nog maar twee andere opties. De beste optie is dat u gebruik maakt van een externe lichtbron, zoals een lamp, kaars of fakkel, om de donkere gedeelten bij te schijnen. Is dit niet mogelijk, dan kunt u op sommige camera’s de Automatic Gain Control (AGC) inschakelen om het beeld digitaal te verlichten. De Gain-waarde wordt uitgedrukt in decibels en loopt stapsgewijs op van 6 dB tot het maximum van 21 dB. Hoe hoger de beeldversterking, des te meer ruis er verschijnt in het beeld. Dit is natuurlijk niet mooi, maar het is altijd beter dan helemaal geen beeld.
|