Uitleg functies en gebruik videocamera - Diafragma instellen |
|
|
|
|
Pagina 4 van 9
Diafragma instellenZonder licht is er geen beeld. De hoeveelheid licht die door de lens op de ccd of cmos sensor van de camera valt, wordt bepaald door de grootte van de lensopening. De werking daarvan is te vergelijken met de iris van het oog. Een grotere lensopening laat meer licht toe dan een kleinere. De grootte van de lensopening is te veranderen door het diafragma aan te passen. Het diafragma wordt uitgedrukt in F-waarden oplopend van F1.6 tot F11. Des te lager de diafragmawaarde, hoe meer licht er wordt opgevangen. De hoeveelheid tussenstappen in diafragma-waarden die u kunt gebruiken, verschilt per camera. Veel consumentencamera’s tonen deze F-waarden niet, maar maken gebruiken van een schuifbalk op het lcd-scherm om het diafragma in stappen te verhogen of te verlagen. Iedere camera beschikt ook over een automatisch belichtingsfunctie, maar gebruik hiervan heeft wel een nadeel. De automatische belichting gaat uit van gemiddelde waarden en stemt daar het diafragma op af. Dit betekent dat plotselinge veranderingen van lichte en donkere elementen in het beeld direct worden gecorrigeerd. Dit kan betekenen dat wanneer u iemand filmt op straat bij helder weer en er rijdt een vrachtwagen achterlangs of er trekt een wolk voorbij de zon, dat deze persoon ineens overbelicht wordt. De camera zal door het donker wordende beeld de diafragma-waarde automatisch verlagen, waardoor er meer licht wordt toegelaten. Rijdt de vrachtwagen weg of komt de zon weer te voorschijn dan zal het diafragma weer worden geknepen om de hoeveelheid licht te beperken. Deze ongewenste schommelingen in het beeld kunt u voorkomen door de automatische belichting niet te gebruiken.
|