Uitleg functies en gebruik videocamera - De zoomfunctie |
|
|
|
|
Pagina 3 van 9
De zoomfunctieMet de zoomfunctie van de camera kunt u in- en uitzoomen. Zoomt u uit dan wordt de brandpuntafstand verkort en daarmee de opnamehoek vergoot (groothoeklens of wide angle). Zoomt u in dan wordt de brandpuntafstand verlengd en daarmee de opnamehoek verkleind (Telelens). Als u uit de hand filmt, moet u rekening houden met trillingen in het beeld als u te ver inzoomed. Maakt u gebruik van de optische zoom, dan zijn deze trillingen minder zichtbaar dan wanneer u gebruik maakt van de digitale zoom. Daarnaast heeft de digitale zoom als nadeel dat als u te ver inzoomed de beelden steeds slechter worden doordat de afzonderlijke pixels van het beeld dan duidelijk zichtbaar worden. Kleine trillingen in het beeld worden automatisch gecorrigeerd door de camera. Hiervoor moet u wel de functie Steady Shot of Stabilizer inschakelen. Nog beter om trillingen te voorkomen, is door een statief te gebruiken om te filmen. In dat geval moet u niet vergeten de Steady Shot of Stabilizer uit te schakelen. De zoomfunctie wordt het meest toegepast om het juiste beeld te framen. Gewenste of ongewenste personen of objecten kunnen door gebruik te maken van de zoomfunctie net wel of net niet in beeld worden vastgelegd. Naast het framen van het beeld kunt u de zoomfunctie ook inzetten om een dramatisch effect te creëren door langzaam in te zoomen op bijvoorbeeld een huilend, lachend, boos gezicht. Houd in zo’n geval goed rekening met de duur van de zoom, want die is bepalend of het dramatisch effect aanslaat of niet. Gebruik de zoomfunctie niet als u een sprekend persoon aan het filmen bent, enkel en alleen om de reden om deze persoon anders in beeld te kunnen krijgen. Gebruik hiervoor liever momenten waarop de gefilmde stil is of iets aanwijst of demonstreert. In de montage zijn deze zoom-acties dan op een natuurlijke weg te laten.
|